grammaticaoefeningen Na klar! tweede fase
 

 
werkwoorden (volledig):
 
 
naamvallen (volledig):
 
 
overige onderdelen:
 
 

De methode Na klar! heeft naar verhouding weinig grammaticaoefeningen in het werkboek. Om wat extra oefening te krijgen, is het verstandig de onderstaande oefeningen te maken. De oefeningen zijn per hoofdstuk gerangschikt. Klik op het hoofdstuk en maak de bijbehorende oefeningen. Je zult zien dat je door extra oefening de grammatica beter begrijpt!

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Werkwoorden:   

- haben, sein, werden   powerpointpresentatie

ott ovt gemengd
oefening 1:     oefening 4: oefening 1: oefening 1:
oefening 2: uitleg:      
oefening 3:

-modale hulpwerkwoorden   powerpointpresentatie

ott ovt   gemengd
oefening 1:     oefening 3: oefening 1: oefening 4: oefening 1:
oefening 2:     oefening 4: oefening 2: oefening 5:
oefening 3: oefening 6:

-zwakke werkwoorden   powerpointpresentatie

ott ovt gemengd
oefening 1: oefening 3: oefening 1:    oefening 3:  
oefening 2: oefening 4: oefening 2:     oefening 4:  
         
    voltooid deelwoord    
    oefening 1:|1|2|3|4|5|  

-sterke werkwoorden   powerpointpresentatie

ott ovt gemengd
oefening 1:|1|2|3|4|5|6|7|8|9|
               |10|11|12|
oefening 1:|1|2|3|4|5|6|7|8|9|
               |10|11|12|
oefening 1:
 
ä oefening 2:     e/i oefening 5: oefening 2: oefening 5:  
ä oefening 3:     e/i oefening 6: oefening 3: oefening 6:  
ä oefening 4:     e/i oefening 7: oefening 4: oefening 7:  
       
gemengd ä - e/i voltooid deelwoord  
oefening 8: oefening 11: oefening 1:|1|2|3|4|5|6|7|8|9|10|11|12|  
oefening 9: oefening 12:    
oefening 10:
 

 

              
 

-alle werkwoorden door elkaar:

ott ovt voltooid deelwoord
oefening 1:     oefening 5: oefening 1:     oefening 4: oefening 1:     oefening 3:
oefening 2:     oefening 6: oefening 2:     oefening 5: oefening 2:     oefening 4:
oefening 3: oefening 7: oefening 3: oefening 6:    
oefening 4:          

-sterk/ zwakke werkwoorden (brennen, kennen ...)   powerpointpresentatie

ott/ovt  
oefening 1:  

-conjunctief: wäre, hätte, könnte, möchte / omschrijving met 'würde'   powerpointpresentatie

oefening 1: oefening 2:

-gebiedende wijs:

oefening 1: oefening 3:
oefening 2:  

-diagnostisch: alle groepen gemengd

oefening 1:  

 

Naamvallen:               

overzicht naamvallen (powerpoint) overzicht naamvallen (printversie)
woorden met een naamval (powerpoint) woorden met een naamval (printversie)

- 'der - groep' (alle naamvallen)  powerpointpresentatie                overzicht tweede naamval

  bepaald lidwoord en overige bepaalde lidwoorden

oefening 1:
 
oefening 2: der - groep 
|1|2|3|4|5|6|7|8|9|10|

- 'ein - groep' (alle naamvallen)   powerpointpresentatie    

  onbepaald lidwoord en bezittelijk voornaamwoord

oefening 1:
 
oefening 2: ein - groep  
|1|2|3|4|5|6|7|8|9|10|

- 'der- / ein - groep' gemengd

oefening 1: oefening 2:
  oefening 3: gemengd der / ein
|1|2|3|4|5|6|7|8|9|10|

- 'der- / ein - groep' met voorzetsels (gemengd alle naamvallen)    zie overzicht naamvallen

uitleg voorzetsels: oefening 7: oefening 13:
oefening 1: 2e / 3e / 4e naamval oefening 8: oefening 14:
oefening 2: 3e naamval oefening 9: oefening 15:
oefening 3: oefening 10: oefening 16:
oefening 4: 4e naamval oefening 11: oefening 17:
oefening 5: gemengd
oefening 6: 3e of 4e naamval oefening 12:

- persoonlijk voornaamwoord    powerpointpresentatie    

oefening 1: oefening 4:
oefening 2: oefening 5:
oefening 3: oefening 6:

- bijvoeglijk naamwoord    powerpointpresentatie    

oefening 1: gemengd: der/ein/niets oefening 9:
oefening 2: (moeilijker) oefening 10:
oefening 3: oefening 6: oefening 11:
oefening 4: oefening 7: oefening 12:
oefening 5:  oefening 8: oefening 13:
     
     
der-groep:|1|2|3|4|5|6|7|8|9|10| ein-groep:|1|2|3|4|5|6|7|8|9|10| niets-groep:|1|2|3|4|5|

- bijvoeglijk naamwoord gebruikt als zelfstandig naamwoord (vwo 5,6)

oefening 1: oefening 3: |1|2|3|4|5|6|7|8|9|10|
oefening 2:  

- vragend voornaamwoord    powerpointpresentatie    

oefening 1: |1|2|3|4|5|6| oefening 3:
oefening 2: oefening 4:

- betrekkelijk voornaamwoord    powerpointpresentatie    

oefening 1: |1|2|3|4|5|6|7|8|9|10|11|12|13|14| oefening 4:
oefening 2: oefening 5:
oefening 3:  
   

- werkwoorden met vaste 3e naamval: helfen, danken, gratulieren  zie   naamval powerpoint

Bij deze werkwoorden krijg je altijd een 3e naamval!

oefening 1:  

- werkwoorden met vaste 4e naamval: es gibt, bitten, fragen, kosten zie   naamval powerpoint

Bij deze werkwoorden krijg je altijd een 4e naamval!

- werkwoorden met vaste 3e naamval en vaste 4e naamval  overzicht belangrijkste werkwoorden

oefening 1:  |1|2|3|4|5|6|7|8|9|10|  

- zwakke zelfstandige naamwoorden (vwo 5,6)

oefening 1: oefening 4:
oefening 2: oefening 5:
oefening 3: (oefening 6: |1|2|3|4|5|6|7|8|9|10|)

-diagnostisch: alle naamvalgroepen gemengd

oefening 1: oefening 4:
oefening 2: oefening 5:
oefening 3:

 

Overige onderdelen:   

- stellende, vergrotende en overtreffende trap     uitleg I (compact):             uitleg II (uitgebreider):

oefening 1: oefening 5:
oefening 2:  |1|2|3|4|5|6|7|8|9|10| oefening 6:
oefening 3: oefening 7:
oefening 4: oefening 8:

aantekeningen uitprinten ↓:

- vertaling 'naar'

oefening 1: oefening 2:

- dass of das

uitleg:  
oefening 1: oefening 2:

- 'rotwoordjes': weil  - oder - wenn - ob - denn - vor - für - wann - wie - als - am - auf

oefening 1: oefening 4:
oefening 2: oefening 5:
oefening 3: oefening 6:

- verbindingswoorden

oefening 1: oefening 4:
oefening 2: oefening 5:
oefening 3: oefening 6:

- instinkers (lijkt makkelijk, is het niet)

oefening 1: oefening 5:
oefening 2: oefening 6:
oefening 3: oefening 7:
oefening 4:

- top 100 (lastige veelvoorkomende woorden)

oefening 1: oefening 3:
oefening 2: oefening 4:

- lastige Duitse woorden (correspondentie)

oefening 1: